Home  Bordeauxdog  Filosofie  BD-proof?  Onze Honden  Puppies     
Fotoalbum  Gezondheid  Nieuws  Contact  Links  Gastenboek 


Heupdysplasie

Elleboogdysplasie

Teken en ziektes

Demodex


Gezondheid, U bevindt zich op de pagina:

De toenemende dreiging van door teken overdraagbare ziektes

Bron: Onze Hond 06/2004
Auteur: Maarten Kappen

Recentelijk zijn er in ons land een aantal gevallen geweest van honden die besmet geraakt waren met een bloedparasiet, de Babesia Canis, zonder dat daar sprake was geweest van een voorafgaande vakantie in een van de Zuid-Europese landen. Het betreft hier namelijk een aandoening die overgebracht wordt door een bepaald type teek, de Dermacentor reticulatus, die tot voor kort met name voorkwam in de warmere landen. Er is dus sprake van een naar het noorden oprukkende tekensoort met alle gevolgen van dien. Verklaringen hiervoor zijn mogelijk te vinden in het nog steeds toenemende toerisme van de mens al dan niet vergezeld van de hond naar de zuidelijke landen en de export van levende dieren welke met teken besmet zijn naar ons land. Ook gunstigere voorwaarden voor de biotoop van de betreffende teek zouden een verklaring kunnen zijn. Men moet dan denken aan stijgende temperaturen, of aan meer contact met natuurgebieden waar de (tussen)gastheren in voldoende mate aanwezig zijn. We moeten dus als liefhebbers en eigenaren van honden meer oog hebben voor het tekenprobleem en haar gevolgen. In de 1e plaats voor de hond en in de 2e plaats voor onszelf, want ook wij kunnen te maken krijgen met tekenbeten. Zie hiervoor mijn artikel over zoönosen in de Onze Hond van juni 2003.

Ik zal de levenscyclus van de teek, en de verschillen tussen de drie meest voorkomende teken in Europa in het kort uiteenzetten, met hun specifieke gevaren, en verder zullen we ingaan op de mogelijkheden ter bestrijding en preventie van tekenbeten en de hierdoor overgebrachte ziektes. Het is een op het eerste gezicht tamelijk ingewikkeld verhaal, maar essentieel om de problematiek van de teek enigszins te begrijpen. 

1. De in Nederland meest voorkomende tekensoort is de Ixodes Ricinus teek, ook wel schapenteek genoemd. De volwassen teek is rozebruin van kleur, ogen zijn niet te onderkennen, met een geprononceerde steeksnuit en ongeveer 4 mm lang als hij niet is volgezogen.


                                               
                                                 Steeksnuit van een teek.

De levenscyclus van de teek kent 4 stadia: ei, larve, nimfe en volwassen. Het ei rijpt binnen 2 tot 36 weken, afhankelijk van de omstandigheden, tot een 6 potige larve welke met name muizen, konijnen en vogels als gastheer gebruikt om bloed te zuigen. Hierdoor ontwikkelt hij zich in ongeveer 10 dagen tot een 8 potige nimfe, die meestal dezelfde gastheren gebruikt als de larve. Echter ook grotere dieren als de hond en de mens kunnen het slachtoffer zijn. Na ongeveer een week op de gastheer te verblijven, valt de nimfe eraf en wordt tot een volwassen teek. Deze volwassen teek kan langdurig ergens in het gras of struikgewas wachten op zijn prooi. Onder andere de warmte en de geur van een zoogdier kan hem activeren zodat hij zich gaat vasthouden aan de nietsvermoedende voorbijganger. Hij kruipt vervolgens naar een plaats waar de huid relatief dun is. Bij de hond moet je dan denken aan de oorbasis, rond de ogen, de lippen of het halsgebied. Ook tussen de tenen zie je ze nogal eens. Bij de mens zijn de oksels, de liezen en de knieholte berucht. Bij kinderen kunnen ze ook nogal eens achter de oren zitten. Teken bespringen hun gastheer niet, noch laten ze zich erop vallen vanuit een boom. Zij kunnen vele maanden tot jaren overleven zonder een prooi gehad te hebben, en dus zonder voedsel. Het volwassen vrouwtje zuigt in tegenstelling tot het volwassen mannetje bloed en is daarmee verantwoordelijk voor de door volwassen teken overgedragen ziektes. Zij begint hiermee echter niet eerder dan 24 tot 36 uur na het vasthechten met behulp van de zgn. proboscis of steeksnuit, een soort boor met weerhaakjes. Door het bloedzuigen kan zij zich ongeveer 10 keer vergroten, wat op zich al een enorme prestatie is. De maaginhoud blaast simpelweg van binnen het gehele lichaam op. Het mannetje bevrucht het vrouwtje vervolgens wanneer zij op de hond vastzit en bloed zuigt. Zij laat zich hierna van de hond afvallen en gaat eieren leggen (±1000 stuks) onder een steen of een andere verborgen plaats. Hierna komt zij te overlijden.


                                               

Wanneer en hoe worden ziektes door deze teek nu overgedragen? De Ixodes teek is dé verspreider in onze streken van de ziekte van Lyme. Deze aandoening wordt veroorzaakt door een soort bacterie, die Borrelia Burgdorferi genoemd wordt, en die ik in een artikel in Onze Hond juni 2003 al eens heb besproken. Deze ziekte kan bij de mens overigens op de plaats van de tekenbeet na verloop van tijd typische huidplekken geven. Met name muizen zijn een reservoir voor deze bacterie. Als een larve zich volzuigt met het bloed van een besmette muis, neemt hij de besmetting in zich op en dan is de zich hieruit ontwikkelde nimfe een drager van deze ziektekiem naar de volgende gastheer, bijvoorbeeld een hond. Als deze nimfe de gelegenheid krijgt zich te ontwikkelen tot volwassen teek, dan is ook deze een verspreider van de BB bacterie naar de volgende gastheer, bijvoorbeeld weer de hond. Ongeveer 15% van de volwassen teken is besmet met BB. Via de eieren wordt deze aandoening niet overgedragen.

2. Bij de aandoening die veroorzaakt wordt door de tweede teek die ik wil noemen, namelijk de Dermacentor reticulatus, is dit laatste wel het geval. Deze teek is verantwoordelijk voor de recente gevallen van Babesia canis in Nederland. Dit is een bloedparasiet. (zie de beschrijving hieronder). Hij is herkenbaar aan zijn bruin met witte schildbedekking, waarop 2 ogen te zien zijn en een korte steeksnuit. Hiermee zuigt met name een volwassen teek zich vol met bloed van een met Babesia Canis besmette hond. Nadat zij bevrucht is, geeft zij de parasiet door via de eierstokken naar de eitjes en hiermee zijn alle eitjes en hun opvolgende stadia besmet. De rol van de gastheren van larve en nimfe (ook hier kleinere knaagdieren, konijnen etc.) in de verspreiding van Babesia is dus veel kleiner, met name als voedselvoorziening. Hij is overigens vooral actief in voor- en najaar. 

Nu strekte het verspreidingsgebied van deze Dermacentor zich tot voor kort niet verder naar het noorden uit dan zuid België, zuid Engeland en centraal Duitsland. Daarmee bleef de kans dat een hond besmet werd met Babesia beperkt tot de naar de zuidelijke landen heen en weer reizende honden. Dat is inmiddels dus anders!

3. Er bestaat nog een tekensoort in Europa welke als verspreider kan dienen voor Babesia Canis. Dit is de Rhipicephalus sanguineus ofwel de bruine hondenteek. Ook andere ziektes zoals Erhlichiosis kan deze teek overbrengen. Hij is iets kleiner dan de andere twee (±3mm), en roodbruin van kleur. Deze oorspronkelijk uit Afrika afkomstige tekensoort heeft zich inmiddels ook tot onze contreien uitgebreid. Hij heeft vooral de hond als gastheer voor al zijn stadia. De larven van deze soort kunnen zich ook goed onder huiselijke omstandigheden in stand houden.


Ripicephalus Sanguineus.

 

Wat is Babesia Canis?

Babesia, ook wel piroplasmose genoemd, is een parasiet die zich in de rode bloedcellen van zijn gastheer ophoudt en zich daar vermenigvuldigt door deling. Dit gaat zover dat deze rode bloedcel openbarst en definitief kapot gaat. De vrijgekomen parasieten gaan vervolgens weer andere rode bloedcellen binnen, en het verhaal herhaalt zich. Afhankelijk van de kwaadaardigheid van de parasiet en de afweer van de hond kunnen zich een aantal scenario´s voordoen. In de acute fase kun je een ontstekingsreactie zien met koorts, sloom en apathisch zijn en verminderde eetlust. Ook braken en diarree wordt vaak gezien. Bleke en soms gele slijmvliezen, hoge pols en ademfrequentie, bruine urine en lever- en nierfalen kunnen hierop volgen. De enorme bloedafbraak is hiervoor verantwoordelijk. Bij niet tijdige en adequate behandeling is het verloop veelal fataal. De diagnose kan gesteld worden op basis van deze symptomen, en een uitgebreid bloedonderzoek, met een mogelijk direct aantonen van de parasiet in een gekleurd bloeduitstrijkje of het aantonen van parasitair RNA in een speciaal laboratorium. De behandeling bestaat uit het door de dierenarts 2 maal met 2 weken tussenruimte inspuiten van de hond van een specifiek medicijn. Er bestaat ook een entstof tegen babesia dat minimaal 2 maal toegediend moet worden en een halfjaar enige bescherming biedt. Dit is aan te raden voor honden welke naar de gevarenzones gaan (zuiden, veel en vaak in het bos, grote besmettingskans), maar heeft als nadeel de zeker niet complete bescherming en de relatief hoge prijs.  

Dat brengt ons bij het belangrijkste aspect van de bestrijding van door teken overdraagbare ziektes: de preventie. De kern van het voorkomen van deze ziektes is gelegen in het vermijden en bestrijden van de teek. Vermijden door niet naar bepaalde gebieden (zuid Europa) of bepaalde streken (bos- en heidegebied in het seizoen) te gaan. Als men in deze gebieden woont kan men trachten de infectiedruk te verminderen door bepaalde gerichte maatregelen (bijvoorbeeld grasmaaien, struikgewas snoeien, bladeren opruimen) te nemen.

Als mens dient men altijd met gesloten en lichtgekleurde kleding, waarop men de teken goed kan zien, de natuur in te gaan, voor de hond is dit praktisch erg lastig! Een goede dagelijkse controle, zeker na een boswandeling, op het aanwezig zijn van teken op uw hond is in het seizoen noodzakelijk. Zijn er teken dan kan men vervolgens met behulp van een tekentang deze verwijderen.

Niet tevoren verdoven met alcohol of iets dergelijks, omdat hierbij de kans op terugspuiten van maaginhoud van de teek in de hond erg groot is. Probeer de teek zo dicht mogelijk bij de huid van de hond vast te pakken en hem dan voorzichtig eruit te trekken. Probeer het vastpakken van het al dan niet volgezogen lichaam van de teek te vermijden, omdat anders ook maaginhoud van de teek wordt teruggespoten in het lichaam van de hond. Eventueel kan men de bijtplek desinfecteren achteraf. Als er nog delen van de snuit in de hond zitten laat deze dan gewoon zitten. Zij komen binnen enige dagen vanzelf los.

Het bestrijden van de teek op de hond zelf kan door middel van het maandelijks toedienen van druppels in de nek, of het sprayen van de hele hond, in gebieden met een hoge tekendichtheid wordt soms zelfs een combinatie van deze twee geadviseerd, of met behulp van een tekenband. De effectiviteit van een beperkt aantal middelen is goed, vraag uw dierenarts om zijn kundig advies. Deze middelen doden de teek binnen 24 uur nadat hij op de hond is gekomen, zodat hij geen mogelijkheid krijgt om zijn ziekteverwekkers te verspreiden in de hond. Schrik dus niet als er ondanks behandeling toch nog teken te zien zijn op de hond; deze worden op tijd gedood, mits men een goed middel gebruikt. 

Onder bepaalde omstandigheden kan ook een behandeling van de kennel of de omgeving waarin de hond leeft van belang zijn om larven of nimfen te doden. Bij voorkeur gebruikt men hiervoor een middel dat ook een zekere residuwerking heeft.

 

 

 

sitemap

Knoptekst

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 16 maart 2007  © 2006 - www.Bordeauxdog.org